Posts tonen met het label Pannonhalma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pannonhalma. Alle posts tonen

24.4.15

Pannonhalmi Apátsági Pincészet - Pinot Noir 2013

Foto: www.keneditravel.com

















Anderhalf jaar geleden proefde ik bij Pannonhalmi Apátsági Pincészet hun Pinot Noir 2011, een mooie, uitgebalanceeerde wijn. De Pinot Noir 2013 van hetzelfde wijnhuis doet niet onder voor zijn voorganger, getuige onderstaande proefnotities.

Proefnotities


In de neus veel donker fruit, kruiden, cacao en (ondanks de jeugdigheid van de wijn) bosgrond en paddenstoelen.
In de smaak een mondvol donker fruit, vooral kersen, verder walnoot, kruiden en bittere chocolade. Ik proef ook aardig wat houttonen, maar die zijn goed ingebed.
De afdronk is gemiddeld. Een ronde, volle wijn, waarin de zuren niet de overhand hebben en eerder zacht zijn. Deze pinot noir is zeker niet in een Bourgondische stijl gemaakt, hij is stoerder dan dat.
Een mooie wijn dus, de Pinot Noir 2013 van Pannonhalmi Apátsági Pincészet.
Maar is er dan echt niets op aan te merken? De vraag stellen is hem beantwoorden, zei de Italiaanse dichter Salvatore Quasimodo al. Althans, volgens Gerrit Komrij.
Ik vind het alcoholgebruik aan de hoge kant. 14,5%. Wat op zich niet erg hoeft te zijn, maar de wijn brandt engiszins in mijn keel.
Ik zou nog een paar maanden wachten met het drinken van deze knapperd, daar wordt-ie vast nog mooier van.

Tot slot
Tja ... wat zal ik eromheen draaien. Mijn notities zeggen ietwat onprofessioneel: "Allemachtig, wat een lekkere wijn!"
In Nederland kun je hem kopen bij Delleman Wine Import.
In Belgie is hij verkrijgbaar bij Global Wineries.
Een aantal andere leveranciers verkopen deze wijn ook, maar het is onduidelijk om welk jaartal het dan gaat.
Ik kocht hem voor circa 4500 forint / 13,60 euro in de supermarkt. 

12.12.13

Pannonhalma: reisverslag (slot)

Foto: pannonhalma.network.hu
Het wijnhuis van de Abdij van Pannonhalma, oftewel de Pannonhalmi Apátsági Pincészet, is makkelijk bereikbaar met de bus vanuit Győr. Je stapt vóór de Abdij uit en loopt zo'n 100 meter naar de kelders van het wijnhuis. Ik nam daar zondag deel aan de rondleiding en proefde vervolgens zes wijnen. Laatste deel van mijn reisverslag.

Zwaartekracht

Toen het wijnhuis tien jaar geleden de draad van het wijnmaken weer oppakte, moest er een nieuwe wijnkelder gebouwd worden. Tibor Gál was destijds wijnmaker bij de Apátsági Pincészet. Hij stelde voor om een kelder te bouwen die gebaseerd was op de 21e eeuwse technologie. Zijn voorstel werd verder uitgewerkt. De verwerkingsruimte bevindt zich nu in een hoog, flitsend nieuw gebouw dat deels in de heuvel is ingebouwd. Het niveauverschil tussen de bovenste en onderste bouwlaag is 32 meter. De techniek maakt hier gebruik van de zwaartekracht. De Apátsági Pincészet gebruikt geen krachtige pompen en installaties om de druiven, de most, de druivenpulp, het druivensap of de wijn te verplaatsen. Nee, er wordt eerder voorzichtig en stapsgewijs gewerkt. Bij iedere hoofdbewerking zakken de druiven, de most of de wijn via een gesloten buizensysteem steeds een verdieping naar beneden. Zo blijft de kwaliteit bewaard.
Een deel van de tanks is gefixeerd aan de vloeren. Aan de boven- en onderkant steken ze uit, zodat ze van twee kanten makkelijk te benaderen zijn.

Kelders, bottelarij en meer
Rijping en lagering van de wijnen vindt plaats in de drie kelders op de begane grond, die in elkaars verlengde liggen. De bottelarij is bijna volledig geautomatiseerd, alleen het op- en afladen van de flessen gebeurt handmatig. Reductieve wijnen krijgen een schroefdop.
Wijnmaker van het huis is tegenwoordig Zsolt Liptai, die in Szekszárd, Eger en Californië ervaring heeft opgedaan.
Het is beslist de moeite waard om op de website van de Apátsági Pincészet meer te lezen over het gebouwencomplex en de technologie die hier toegepast wordt.

Druivensoorten
Het domein produceert 300.000 flessen wijn per jaar: wit, rood en rosé. Tweederde van de druiven is wit. Het zijn druiven die zich goed voelen in het wat koele klimaat van Pannonhalma: rajnai rizling (riesling), sauvignon blanc, tramini (gewürztraminer), olaszrizling (welschriesling), chardonnay, fehérburgundi (pinot blanc), királyleányka en viognier. Eénderde van de druiven is rood: pinot noir, merlot en cabernet franc.

Geproefde wijnen
Bij de Apátsági Pincészet proefde ik zes wijnen. Die ik het mooiste vond, heb ik hieronder beschreven.

St. Martinus 2013
Sint Martinus / Sint Maarten / Szent Márton is de beschermheilige van de Abdij.  
Dit is een nieuwe wijn, újbor. Een cuvée van de Hongaarse druif királyleányka en tramini (gewürztraminer). De wijn is ongeveer een jaar houdbaar, vergelijk het met de Beaujolais Primeur.
Een geparfumeerde neus van druiven en wat groene appel. In de smaak groene appel, perzik en citrusvruchten. De wijn heeft flink wat zuren, die wat tegenwicht krijgen van de restsuikers. Een beetje hoekigheid in de karakteristieke zuren. Lekker fris.

Rajnai rizling 2012

Een reductief gemaakte wijn.
Geuren van tropische vruchten, kruiden en mineralen.
In de smaak groene appel en citrustonen, met een flintertje honing. Hoge zuren, fris. Het alcoholgehalte is aan de maat: 14°. Een mooie wijn die volgens de Apátsági Pincészet wel 6-8 jaar houdbaar zou zijn. Zelfs met schroefdop.

Hemina 2011
Een  cuvée waarvan de samenstelling steeds afhankelijk is van het wijnoogstjaar. In 2011 was deze wijn een compositie waarvan 50% pinot blanc is, aangevuld met 30% sauvignon blanc, 10% viognier en 10% pinot noir (blanc de noir). 6-7 maanden lagering in houten vaten van 500 liter, malolactische gisting. De wijn heeft 6 weken lang een batonnage ondergaan.
In de neus hout, caramel, peer, vanille. 
In de smaak tropische vruchten, caramel, mineralen, vanille. Boterig.
Een elegante, mooie, volle, ronde wijn.

Pinot noir 2011

Een zwoele neus van kaneel, zoete kruiden, cappuccino, cacao en chocolade.
In de smaak kersen, bramen, kruiden en koffie. Het houtgebruik is subtiel. Mooie zuren, zachte tannines. Een prachtige, uitgebalanceerde, volle wijn.

Meer foto's



























































3.12.13

Pannonhalma: reisverslag (2)

De vorige keer schreef ik het al: zonder de Abdij zou het wijngebied Pannonhalma van weinig belang zijn. Je merkt dat aan de kwaliteit van de wijnhuizen die meeliften op de bekendheid van de Apátsági Pincészet. Sommige wijnen die ik daar proefde, waren van zeer matige kwaliteit, de betere waren nog niet eens zo slecht. Degene die ik het beste vond, vind je hieronder.

Deé Pince
János Deé
Deé Pince is een wijnhuis zonder poeha. Gastvrij en ongecompliceerd. Een familiebedrijf dat in het dorpje Győrújbarát te vinden is. 18 ha groot, waarvan 14 ha in eigen beheer bewerkt wordt. In hun wijngaarden vind je olaszrizling (welschriesling), rajnai rizling (riesling), chardonnay, tramini (gewürtztraminer), irsai olivér, sauvignon blanc, ottonel muskotály (muscat ottonel), kékfrankos (blaufränkisch) en merlot. Deé verkoopt veel wijnen ongebotteld. Net als de gebottelde komen die tegen zeer gunstige prijzen op de markt. Hun rosé Üdeé is erg populair.
Ik proefde onder andere: 
- Rajnai rizling 2013: nog zeer jong. Markante zuren en een subtiel zoetje. Een frisse, fruitige wijn.
- Sauvignon blanc 2013: deze wijn heeft bâtonnage ondergaan. Groene appel en citrus in de smaak. Hoge zuren, zeer fris. 

Babarczi Pince
Zsuzsa Babarczi
Dit familiebedrijf, ook in Győrújbarát, is van een heel ander kaliber. Commercieel, 55 ha groot, waarvan 45 ha in eigen beheer. Jaarlijks worden er 15.000 flessen gebotteld, de rest wordt als ongebottelde wijn verkocht, zo'n 80-100.000 liter per jaar. Hond Barni wilde wel, maar mocht niet mee tijdens de rondleiding.
Babarczi heeft alleen witte druiven, die alle reductief gevinifieerd worden. In de toekomst willen ze ook houtgerijpte wijnen gaan maken.
Van Babarczi dronk ik een redelijke Rajnai rizling 2012, met in de smaak groene appel, citrus en wat mineraliteit. Stevige zuren.

Cseri Pince
In het proeflokaal van Babarczi hield het gloednieuwe wijnhuis Cseri uit Nyúl ook een proeverij. Het domein is een paar jaar oud, in 2010 werden de eerste stokken aangeplant. Ze hebben rajnai rizling, sauvignon blanc, pinot blanc en tramini in hun wijngaarden staan, verder merlot, cabernet franc en kékfrankos. De wijnen die ik van dit wijnhuis proefde, waren van hun eerste oogst, uit het jaar 2012. Hun Rajnai Rizling 2012 was snoeihard, maar veelbelovend. Het is beslist de moeite waard om het domein over een paar jaar te bezoeken. De restauratie van hun 200 jaar oude wijnkelder zal tegen die tijd afgerond zijn.

Hangyál Pince
Katalin en Balázs Hangyál-Nagy
In Nyúl bezocht ik ook Hangyál Pince, 10 ha groot. Het wijnhuis werkt alleen met eigen druiven. De eigenaren zijn een stel, waarvan zij van oorsprong gewasbeschermer was en hij tuinder. Na hun afstuderen volgden ze allebei de opleiding tot wijnmaker. Hun onderneming startten ze in 2000. Het wijnhuis hoort naar mijn mening bij de betere die in de schaduw van de Apátsági Pincészet werken.

Esperes 2012
Een cuvée van rajnai rizling en olaszrizling. De rajnai rizling heeft gerijpt in 500 liter vaten van nieuw eikenhout uit twee verschillende gebieden: Zala en Zemplén. De olaszrizling heeft in derdehands barriques gerijpt. De wijnen zijn geblend na de houtrijping. 
Een stevige, stoere wijn met aardig wat bitters en een romige toets. Zeker niet slecht.

Tündér 2012
Een cuvée van olaszrizling en cserszegi fűszeres. Overrijpe abrikozen in de smaak, aardig wat zoet dat door de zuren mooi wordt ondersteund. De bitters hebben enigszins de overhand, waardoor er wat onbalans ontstaat. Een meer dan redelijke wijn.

Kékfrankos Rosé 2013
Deze rosé is heel populair en niet zonder reden. Rode bessen in de smaak met knisperige zuren. Lekker fris.

Angelus
Een cuvée van chardonnay en szürkebarát. 6 maanden rijping op barriques. De wijn heeft bâtonnage ondergaan. In de smaak chocolade en wat peper. Een volle, romige wijn met harmonieuze zuren. 

Foto's
Entrée bij Deé Pince
János Deé schenkt rosé
Bij Deé Pince


Eén van de kelders bij Deé Pince
Babarczi Pince
Barni


Bij Hangyál Pince

Hangyál: Tündér 2012
Katalin Hangyál-Nagy
(wordt vervolgd ... )


15.11.13

Pannonhalma: reisverslag (1)

De Abdij van Pannonhalma
Pannonhalma is niet direct een wijngebied waar je makkelijk heengaat. Ver van de Hongaarse hoofdstad, met als enige, echte trekpleister de Abdij van Pannonhalma met haar wijnkelder. Natuurlijk zijn er leuke wijnhuizen in de omgeving te vinden, maar hoe kom je daar zonder auto? Lopend? Liftend? Gelukkig reed er zaterdag een speciale bus rond, die negen wijnkelders in het wijndistrict aandeed. Dit alles in het kader van de naderende Sint-Maarten-feesten. Zo kon ik niet alleen het klooster bezoeken, maar ook een paar minder bekende wijnhuizen in de omringende dorpen, zoals Deé, Babarczi en Hangyál. Een verslag in drie delen.

Pannonhalmi Apátsági Pincészet
Laten we wel wezen: zonder de Abdij zou het wijngebied Pannonhalma weinig voorstellen. Niets ten nadele van de kleine wijnboeren, maar als we het over Pannonhalma hebben, hebben we het vooral over de Pannonhalmi Apátsági Pincészet. Het Wijnhuis van de Abdij van Pannonhalma dus, dat uitstekende wijnen maakt. De familiebedrijven uit de omgeving liften daarop mee. Maar zij zijn nauwelijks zichtbaar op de markt. Als je hun wijnen wilt kopen, moet je bij de wijnboer zelf zijn of bij Borpont in Győr. 

Miswijn
Het wijngebied Pannonhalma bestaat officieel pas sinds 1990, maar het kent een lange, lange geschiedenis. We kunnen zelfs teruggaan tot de Romeinen, die hier de wijnbouw beoefenden. Toen de Hongaren zich in de 9e eeuw in het Karpatenbekken vestigden, stonden er al wijngaarden. 
De opleving van de wijnbouw begon pas toen de Benedictijnen zich in 996 in Pannonhalma vestigden en hier hun klooster stichtten. Ze breidden de aanwezige wijngaarden uit. Waarom? Natuurlijk omdat ze miswijn nodig hadden, maar dat was niet de enige reden. De monniken hielden van een glas. De stichter van de Benedictijner orde, Benedictus van Nursia, schreef het al in zijn kloosterregel: "Het is onmogelijk om de monniken duidelijk te maken dat ze van de wijn af moeten blijven. Maar laten we dan tenminste zorgen dat ze zich niet bedrínken. Want wijn zorgt ervoor dat zelfs wijze mensen zich van God afwenden." Benedictus stond daarom de consumptie van één hemina wijn per dag toe: 3 deciliter. Wat ik maar wil zeggen: er stond altijd meer wijn op de kloostertafels dan op het altaar.

Belastingmaatregelen  
Vanaf de 12e eeuw trof de Abdij als grootgrondbezitter diverse belastingmaatregelen. In de eeuwen daarna werden die steeds verder uitgebreid. Kern was dat de Abdij eigenaar was van de wijngaard, maar dat de boeren de druiven tot hun beschikking hadden. De laatsten moesten wel belasting afdragen aan de Abdij: eentiende van hun wijnopbrengst. Maar de rest konden ze gewoon verhandelen.  
Eeuwenlang was de wijnbouw een gewilde bron van inkomsten voor de burgers uit de omgeving. In het dorp Alsok waren in 1239 bijvoorbeeld 57 van de 68 gezinnen werkzaam in de wijnbouw. In de loop der eeuwen werd de wijnbouw een van de belangrijkste middelen van bestaan in Pannonhalma. Zelfs de Turkse bezetting, die toch meer dan 150 jaar duurde, veranderde daar niets aan.

Techniek en ontwikkeling
Belangrijk voor de ontwikkeling van de wijnbouw was de benedictijn Fábián Szeder die in de eerste helft van de 19e eeuw leefde. Hij wordt beschouwd als de motor achter de gecontroleerde druiventeelt en wijnbouw in Pannonhalma. De monnik plantte meer dan 70 druivensoorten aan en deed er proeven mee. Van zijn bevindingen hield hij een dagboek bij, dat bewaard is gebleven.
In 1887 verscheen de phylloxera in het gebied. De abt nam meteen maatregelen. Hij droeg pastoors en leraren op het woord te verspreiden over de bestrijding van deze verwoestende luis. Hij huurde ook geschoolde specialisten in. Die lieten - zoals gebruikelijk was - wortelstokken uit Amerika overkomen, waarop de Hongaarse druiven werden geënt. De bestrijding gaf de wijnbouwtechniek een flinke boost. Met als gevolg dat de kwaliteit van de wijnen tot grote hoogte steeg. Zo had de druifluis de wijnregio ook iets goeds gebracht.
De wijnen uit Pannonhalma werden daarna veel geroemd, ook in het buitenland. In 1922 stuurden wijnkopers uit Amsterdam zelfs een telegram, waarin ze schreven onder de indruk te zijn van de wijnen uit Pannonhalma. Dat ze het zelfs een uitstekend alternatief vonden voor de dure Franse wijnen op de Nederlandse markt.

Communisme en daarna
In 1945 was het sprookje uit. Het communisme deed zijn intrede in het land en kerkelijk grootgrondbezit was niet meer toegestaan. Hierdoor verloor het klooster bijna al haar grond. Ze mocht wel wat wijngaarden houden, maar de komst van de landbouwcoöperaties maakte ook daar een einde aan. De wijnbouw ging wel gewoon door. Echter, wat je in heel Hongarije zag, gebeurde ook hier. Geproduceerd moest er worden. Het hoefde niet goed te zijn, als het maar veel was.
Na de val van het communisme, in 1990, werd Pannonhalma tot zelfstandig wijngebied verklaard. Vanaf 2000 pakte de Abdij de draad weer op. Ze kocht 52 ha terug van de staat en het wijngebied werd stapsgewijs geschoond. Vanaf 2001 werden nieuwe druiven aangeplant op aanwijzingen van de beroemde Hongaarse wijnmaker Tibor Gál. 
Veel familiebedrijven grepen toen hun kans. Ze begonnen hun eigen wijnen te maken en profiteerden van de bekendheid van de Apátsági Pincészet. 

Ligging en klimaat
Ik zou nog uren kunnen vertellen over de historie van het wijndistrict. Maar laten we nu maar overgaan tot wat geografische informatie. Het wijngebied Pannonhalma is 630 ha groot. Het ligt in het Sokoró-heuvelgebied, ten westen van Budapest, onder Győr. De bodem is er wisselend. We vinden er dikke löss, klei, mergel, bruine bosgrond en ook wat zandgrond. 
Het klimaat is gematigd en continentaal, met gemiddelde zonne-uren, gemiddelde wind en voldoende neerslag.
In Pannonhalma wordt vooral witte wijn gemaakt. De meest voorkomende druiven zijn olaszrizling (welschriesling), rajnai rizling (riesling), tramini (gewürztraminer), királyleányka, rizlingszilváni (müller-thurgau) en chardonnay. We vinden er ook wat rood, vooral cabernet franc, kékfrankos (blaufränkisch), pinot noir, cabernet sauvignon en merlot. 
De wijnstijlen passen bij het klimaat. In Pannonhalma worden geurige, markante wijnen gemaakt met stevige zuren. In goede jaren en bij flinke snoei kan er goede, stoere chardonnay gemaakt worden. De pinot noir-druif voelt zich perfect op zijn plaats in het gebied. 
(Bronnen: Dénesi Tamás - Csoma Zsigmond: Pannónia szőlőskertje, Pannonhalma 2004 // Bányai Gábor Botond, Ercsey Dániel e.a.: Nagy Magyar Boratlasz, Budapest 2012 // Bede Béla: Magyar borvidékek, Budapest 2013)

Enkele sfeerbeelden

(wordt vervolgd ...)